Afgelopen maanden heb ik veel tijd, energie en emotie gestopt in het naar Nederland halen van een jonge moeder. Ze was een aantal jaar geleden uit Nederland vertrokken op zoek naar haar roots in het land van haar ouders. Daar was ze een man tegengekomen, had nu twee kinderen en het ging niet goed. Ze was niet opgewassen tegen het leven daar en haar partner was op zijn zachtst gezegd ‘niet zo aardig’. Ondanks herhaalde pogingen om in het buitenland de hulp op gang te krijgen, werd de situatie steeds onveiliger en uiteindelijk werd – ook in overleg met diverse instanties- besloten dat het beter was naar Nederland te komen. Eenmaal geland op Schiphol belandde deze jonge, getraumatiseerde moeder met haar twee getraumatiseerde kinderen in een kluwen van bureaucratie, onwil en onmacht, waardoor het anderhalve week duurde voordat er een vorm van dak boven haar hoofd was gevonden.

Deze jonge moeder is mijn pleegzusje. Ik was ongeveer 13 toen ze als baby in ons gezin kwam, als derde pleegkind. Ze was een schattig meisje, met kroeshaartjes en een levendig karakter. Maar ook met al een hoop trauma in haar systeem. In de loop van de jaren werd haar gedrag steeds moeilijker te begrijpen en te sturen. In ons gezin- wat nu 8 kinderen telde- was het leven druk, chaotisch en onvoorspelbaar geworden, want ook een van de andere pleegkinderen was nauwelijks te handhaven in ons gezin. Op mijn 17de had ik als eigen kind mijn eerste overspannenheid te pakken.

Het was wel duidelijk dat er iets moest gebeuren, daar waren de instanties het ook over eens. Maar eenmaal geconcludeerd dat er een andere plek nodig was, was dat niet zo 123 gerealiseerd. Niet in dagen, niet in weken en zelfs niet in maanden. Al die tijd bleef het pappen en nathouden. Niet in de laatste plaats overigens omdat mijn ouders het niet over hun hart konden verkrijgen om deze twee beschadigde kinderen ‘op straat te zetten’ om iets anders af te dwingen.

Uiteindelijk is het wel ongeveer zo gelopen. Met een crisis-alarm-situatie die iedereen enorm veel heeft gedaan.

Al die tijd bouwde ik een band op met mijn pleegzusje, hoe moeilijk ze ook was. Ze was toch een soort zusje geworden na al die jaren in ons huis te hebben gewoond. Dus ook toen ze in behandelgroepen terechtkwam, daar niet kon aarden en steeds verder afgleed in schulden, agressie en andere ellende.. ook toen bleef ze op een bepaalde manier deel van ons gezin. Zo werkt dat nu eenmaal, misschien.

Inmiddels was ik orthopedagoog, getrouwd en had een eigen jong gezin. Mijn ouders konden niet goed meer met mijn pleegzusje werken en langzaamaan hadden mijn zussen en ik de mantelzorgtaak voor haar overgenomen. Dus sprak ik met begeleiding van de instanties waar ze mee te maken had, was ik erbij toen haar zoontje geboren werd – ze was net 18 jaar-, deed ik meldingen als ik zag dat ze de volwassen verantwoordelijkheden niet goed aankon en stuurde ik haar bij als dat nodig was. Ik spreek overigens in de ik-vorm, maar ik deed dit gelukkig niet alleen.. mijn zussen en ik hadden samen deze verantwoordelijkheid op ons genomen. Je kunt je zusje tenslotte niet laten vallen, toch?

Uiteindelijk besloot ze te verhuizen naar het land waar haar ouders vandaan kwamen. Ik had er een hard hoofd in en dat bleek terecht. In een aantal jaar tijd raakte ze meer en meer de grip op het leven en zichzelf kwijt, terwijl ze inmiddels een dochtertje had gekregen. Ook nu trok ik aan alle bellen die ik kon vinden, maar helaas werkte het daar anders en werd haar situatie dus steeds onveiliger. Tot het moment dat wij besloten dat het genoeg was geweest en dat ze terug moest komen naar Nederland, wetende dat hier de zorg beter is, maar ook wij dichterbij haar zouden zijn.

Het kostte me vele (nachtelijke) uren en energie om dit kwetsbare gezin terug te halen en in een begeleidingssetting te krijgen. Maar het is gelukt. Ze zit nu op een goede plek met heel veel professionele steun en ons als mantelzorgers om haar heen. De toekomst ziet er weer wat hoopvoller uit.

Mijn moeder zag al deze dingen van een afstandje gebeuren en verzuchtte op een gegeven moment: ‘Mirjam.. wat heb jij het toch druk met mijn gezin.’ Met MIJN gezin.

Ja, dat was zeker waar. Ik heb er niet voor gekozen om pleegkinderen op te vangen. Ik heb er ook niet voor gekozen dat ze dermate ingewikkeld zouden zijn en ik daardoor heel heftige dingen gezien en meegemaakt heb. Het is vanwege de keuze van mijn ouders, dat ik een zusje heb wat aan alle kanten gestut moet worden en dat niet eens altijd toelaat, waardoor ik soms pijnlijke beslissingen heb moeten nemen. Het is echt zwaar af en toe.

Ik dacht even na en zei toen tegen mijn moeder: ‘Dat klopt. Maar vergeet niet dat het ook MIJN gezin is, he.’ Het is ook míjn keuze om mantelzorger te zijn voor een pleegzusje- ver voorbij ons vroegere gezinsleven. Die keuze ligt nu echt bij mij. Die keuze heb ik gemaakt.

Ik realiseer me goed dat ik gevormd ben door de keuzes van mijn ouders. Ik ben gevormd door de situaties waar ik in terechtkwam als kind, die bepaald niet doorsnee waren en ver voorbij gezonde verantwoordelijkheden. Ik heb gebeden en gewenst dat er pleegkinderen zouden ophoepelen. Ik heb me niet gehoord en gezien gevoeld, doordat er enkel begeleiding was voor mijn ouders en de pleegkinderen en niemand ooit vroeg hoe het met mij ging. ‘Eigen kind’-zijn is soms een eenzaam beroep. Later heb ik er in therapie op teruggekeken. Mijn eigen persoonlijke narratief verteld en doorvoeld.

Maar ik heb er ook een super-rijke jeugd door gehad. Al heel jong geleerd dat het leven niet alleen maar om geluk en gezelligheid draait, maar dat er meer te doen is dan dat. Ik ben in aanraking gekomen met allerlei kinderen, culturen en mensen en dat heeft mijn mensbeeld verruimd. En mijn compassie voor anderen vergroot. Ik besef tot in elke vezel van mijn lijf dat lijden erbij hoort en dat we dat niet uit alle macht moeten willen wegduwen. Ook niet voor onze eigen kinderen. Het mag soms een beetje pijn doen om het voor een ander beter te maken.

Ik zou honderd dingen anders doen als ik het verleden kon veranderen. En misschien ook juist helemaal niets, omdat ik erdoor geworden ben die ik nu ben. Ik weet wel dat ik nu als orthopedagoog in gezinshuizen waak voor de gezondheid en welzijn van de pleegouders én hun eigen kinderen. Ik heb uit eigen ervaring gemerkt hoeveel impact het heeft als je ouders dergelijke ingrijpende keuzes maken, wat het hen heeft gekost en wat er in eigen kinderen om kan gaan als ze niet erkend worden in de gevolgen van die keuzes. Daarom kan ik ook veel beter ‘nee’ zeggen tegen een plaatsing als ik denk dat dat beter is voor het pleeggezin. Hoe pijnlijk ook voor het kind waar het op dat moment om gaat.

Inmiddels zijn wij ook logeergezin geworden voor een kind uit een ander gezinshuis. Ik heb daarmee pleegzorg ook in mijn eigen gezin binnengelaten. Omdat ik er echt in geloof. Omdat ik geloof dat het kan, met behoud van welzijn van pleegouders en eigen kinderen. Omdat ik zie hoeveel goeds het kan doen in het leven van een kind dat met zoveel slechtere omstandigheden is begonnen. Wij zijn een soort tweedegeneratie-pleeggezin. Best een bijzonder nalatenschap!

4 reacties

  1. Conny Slot op 20 december 2019 om 10:42

    Wat enorm ontroerend, dit is echte hartelijkheid. Een gelofte waarmaken lijkt wel. Wat een mooie overtuiging en hoe geweldig dat je zelf zo krachtig bent geworden om dit waar te kunnen maken. Zorg goed voor jezelf. Ik wens je veel liefde.

    • Mirjam Bogerd op 20 december 2019 om 19:47

      Dank je wel Conny! Wat een mooie woorden :-).

  2. Tim op 20 december 2019 om 11:27

    Mirjam! Prachtig ontroerend en indrukwekkend verhaal. Tof dat je zover bent om je eigen ervaring te delen met anderen. Respect voor jou en je gezin

    • Mirjam Bogerd op 20 december 2019 om 19:46

      Dank je wel! Ja, het heeft tijd gekost, dat hebben jullie ook mogen meebeleven.. en nu is het goed zoals het is!

Laat een reactie achter